EN | NL

Het doctoraatsonderzoek

Bij een doctoraat in de kunsten dient het onderzoek dieper of breder te gaan dan scheppen of herscheppen met een onderzoekende houding. Kandidaten dienen op het terrein van het scheppen of uitvoeren op hoog (internationaal) niveau te (kunnen) presteren.
Vanuit hun scheppen of uitvoeren dienen de vragen of problemen te komen die uitsluitend door het verrichten van onderzoek gearticuleerd en geanalyseerd kunnen worden. Door het stellen en het oplossen van die vragen of problemen veranderen derhalve ook de scheppings- en uitvoeringsprocessen. De schriftelijke verantwoording van een en ander moet op haar beurt weer uiteenzetten hoe, waarom, wanneer en waartoe deze processen elkaar beïnvloeden. De gevolgen voor het scheppen/uitvoeren en de drijfveren die daartoe hebben geleid, dienen helder te zijn. Aan de andere kant moet het duidelijk zijn dat de wijze waarop het onderzoek wordt verricht, beïnvloed wordt door het feit dat men scheppend en uitvoerend kunstenaar is.

Er bestaan in het algemeen drie soorten onderzoek: fundamenteel onderzoek, praktijkgeoriënteerd onderzoek en experimenteel onderzoek. Voor het doctoraatsonderzoek in de kunsten zijn twee varianten mogelijk: praktijkgeoriënteerd onderzoek en experimenteel onderzoek (experimentatie).

Bij beide varianten kan fundamenteel onderzoek een rol spelen, en wordt het onderzoek schriftelijk, auditief of visueel gedocumenteerd. De kandidaat presenteert de resultaten in een wetenschappelijke verhandeling.
Er zijn voorwaarden: het onderzoek mag niet eerder hebben plaatsgevonden, dat wil zeggen dat de kandidaat niet kan promoveren op een oud onderzoek. Het onderzoek moet nieuwe wegen inslaan of laten zien hoe grenzen kunnen worden verlegd. Ook moeten het scheppen of uitvoeren enerzijds en het onderzoeken anderzijds elkaar beïnvloeden. Daarom zijn het ook bij uitstek scheppende en uitvoerende kunstenaars die dit type onderzoek kunnen uitvoeren. In hun schriftelijke verantwoording analyseren ze de wetenschappelijke en artistieke processen van hun onderzoek. Het traject varieert per kandidaat: het artistieke deel kan zwaarder wegen dan het theoretische deel, maar ook het omgekeerde is mogelijk.

  1. Praktijkgeoriënteerd onderzoek (practice based research) mondt uit in de presentatie van een artistiek oeuvre, met daarbij een wetenschappelijke verhandeling over de resultaten van het onderzoek naar dat oeuvre, of naar het uitvoerings- of scheppingsproces ervan. De kandidaten moeten bij de afronding van het doctoraat een samenhangend oeuvre en een veelzijdige manier van werken in de beroepspraktijk presenteren. Dit kan bijvoorbeeld bestaan uit een grondige studie van een zorgvuldig afgebakend onderwerp waarbij verschillende aspecten onderzocht worden (zoals historische, sociologische, filosofische, muziektechnische, of compositorische), het bespelen van verscheidene instrumenten, het beoefenen van (al dan niet) verwante genres of het vervullen van verschillende rollen in de beroepspraktijk. DocARTES wil ook onderzoekers stimuleren die twee of meer disciplines combineren, nieuwe media inzetten of oude media herijken.
  2. Experimenteel onderzoek (practice as research) is onderzoek waarbij een multi- of interdisciplinair scheppingsproces zelf het onderzoek is, en waarbij het artistieke product plus de documentatie van het onderzoek het resultaat van dat onderzoek is. Het gaat hierbij om de uitbreiding of vernieuwing van de artistieke vormentaal, om de zoektocht naar nieuwe artistieke uitdrukkingsvormen. Het begrip interdisciplinariteit heeft betrekking op het werken met meerdere disciplines, bijvoorbeeld doordat het onderzoek gebruik maakt van nieuwe media, en zowel auditieve als visuele elementen op elkaar betrekt. Het doctoraat bestaat in het geval van experimenteel onderzoek uit de artistieke prestaties als een zogenoemd proefontwerp, aangevuld met een wetenschappelijk verslag. Om tot overdraagbaarheid en controleerbaarheid van resultaten te komen, geldt ook voor dit type onderzoek dat aan de schriftelijke verslaglegging hoge eisen worden gesteld.

Eisen aan de afronding

Het doctoraat omvat (een aantal) artistieke presentaties, bijvoorbeeld concerten, performances, manifestaties, en een openbare verdediging van de wetenschappelijke verhandeling.
De procedures rond het verkrijgen van het doctoraat (inclusief de eindpresentatie en de eisen waaraan de wetenschappelijke verhandeling moet voldoen) staan in het reglement voor het doctoraat van de universiteit in kwestie.
Voor de schriftelijke verhandeling als onderdeel van het doctoraat is zestig pagina´s (24.000 woorden) het minimum.
De tekst bestaat uit een monografie of een bundel samenhangende artikelen, voorafgegaan door een verantwoording. De promovendus kan het schriftelijke resultaat aanvullen met een cd/dvd, cd-rom en/of een website.