Scorescapes

On sound, environment and sonic consciousness

Onderzoeker:
Yolande Harris
Promotoren:
Prof. Frans de Ruiter, prof. Bob Gilmore, prof. David Dunn
Type musicus:
componist, electronica, andere
Trefwoorden:
composition, consciousness, contemporary multidisciplinary art, environment, interaction, intuitive, scorescapes, sonic, technology
Periode:
2008-2011
Eeuw:
21ste eeuwse muziek

onderzoeker

Abstract

Harris’ proefschrift is een verkenning van geluid, zijn verschijningsvorm en de manier waarop geluid mens en technologie verbindt met de omgeving. 

Het onderzoek geeft een antwoord op twee met elkaar samenhangende vragen: welke mediërende positie neemt geluid in in onze relatie tot de omgeving? Hoe kunnen hedendaagse multidisciplinaire kunstpraktijken deze relatie tussen geluid en omgeving tot uitdrukking brengen en onderzoeken? 

Het uitgangspunt in Scorescapes is het idee dat kunstenaars en wetenschappers wezenlijk deel uitmaken van de geluidsomgeving. Dat betekent dat wij geen passieve rol aan het luisteren mogen toekennen; ons doen en laten (luisteren incluis) heeft direct invloed op de omgeving waarmee wij verbonden zijn. In een complex ecologisch systeem vereist de onderlinge samenhang van elementen dat wij onszelf eerder moeten zien als geëngageerde en participerende deelnemers dan simpelweg als objectieve waarnemers. Dit besef eist op zijn beurt van de componist als muziekspecialist dat zij/hij conventionele opvattingen bevraagt en openstaat voor een transdisciplinaire benadering van geluid en onderzoek naar geluid. 

Uitgaande van deze opvatting van verbondenheid met de omgeving, is haar artistieke werk het belangrijkste element van haar onderzoeksmethode. Het Scorescapes-project bestaat uit audio-visuele installaties en performances, lecture-performances, de inzet van elektronische instrumenten, geluidswandelingen, en samenwerkingsprojecten met improviserende musici. Het project is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met de componisten David Dunn, Alvin Lucier en Pauline Oliveros en de bioakoestische wetenschapper Michel André. Het proefschrift is een combinatie van analyses van theoretische teksten over geluid, partituren, esthetische ideeën over onze leefomgeving en wetenschappelijke, afgewisseld met reflecties op Harris' persoonlijke ervaringen en ontdekkingen in de vorm van opnamen, montages, exposities en performances van haar artistieke werk. De kunstwerken die ze maakte gedurende het Scorescapesproject zijn een integraal onderdeel van de thesis en zijn gedocumenteerd op de begeleidende DVD. 

Ieder hoofdstuk heeft een titel bestaande uit één enkel woord: Score (Partituur), Scape (Omgeving), Inaudible (Onhoorbaar), Whale (Walvis), Field (Veld) en Flare (Gloed). In de eerste twee hoofdstukken wordt haar persoonlijke artistieke belangstelling geschetst voor een ontwikkeling van het begrip partituur dat meer is dan slechts een notatiesysteem. Harris stelt voor om een partituur te beschouwen als een fenomeen dat relaties faciliteert. Haar werk met sonische navigaties dient als onderbouwing voor theoretische argumenten en historische voorbeelden die leiden tot het idee dat een partituur ook kan bestaan in iemands hoofd of in de ruimte. Aan de hand van de vraag ‘Wat betekent het zich verhouden tot de omgeving door middel van geluid?’ onderzocht ze parallellen tussen AcousticEcology en Land Art, ecologie en systeemesthetiek, en wandelen als een vorm van kunst waarbij de relatie tot de omgeving belichaamd wordt. 

De belangrijkste hoofdstukken drie, vier en vijf gaan dieper in op specifieke onderwerpen waarbij de mediërende functie van technologie centraal staat: het onhoorbare hoorbaar maken, het ontsluiten van onderwatergeluid, en het maken van field recordings. De fysiologische beperkingen van het menselijk gehoor in het grotere geheel van omgevingsgeluiden maken het hoorbaar maken van het voor mensen onhoorbare, noodzakelijk. Bijvoorbeeld, de noodzaak maar ook de moeilijkheid om grip te krijgen op onderwatergeluiden, wordt onderzocht via wetenschappelijk en artistiek onderzoek naar walvissen. Dit leidt tot vragen aangaande de status van ‘plaats’ in field recordings in het algemeen en mijn voorstel voor een mogelijk interactieve invloed van geluidsopnamen op leefomgevingen. 

In het slothoofdstuk wordt een poging ondernomen om van de overvloed aan ideeën die gedurende dit onderzoek opkwamen een geheel te maken, door de analyse van het artistieke werk een iets persoonlijkere wending aan het verhaal te geven. Door artistieke processen die leidden tot werken als Pink Noise, Fishing for Sound, Tropical Storm en andere, een performance van Lucier’s Quasimodo en het werken met Oliveros’ Deep Listening technieken, kwam het cruciale belang naar boven van de context waarin geluiden voorkomen, hetgeen meer is dan louter de eigenschappen van geluid zelf te bestuderen. Dat inzicht betekent een belangrijke omslag in de rol van de componist. Vanuit dit perspectief is componeren vooral het leren luisteren naar geluiden in relatie tot hun omgeving, en luisteraars aanzetten hetzelfde te doen. 

Het Scorescapes- onderzoeksproject brengt verschillende benaderingswijzen in de mogelijke relaties tussen geluid, technologie, omgeving en geluidsbewustzijn in kaart. Door deze benaderingswijzen in de praktijk te brengen, kan er een scherper bewustzijn van en betrokkenheid op de omgeving ontstaan. De omgeving wordt voortdurend ontwikkeld en getransformeerd door menselijke interventies. Inzicht in de rol die geluid speelt bij deze transformaties leidt mogelijk tot een beter begrip van samenhangende factoren die kunnen uitmonden in duurzamere artistieke, wetenschappelijke en andere praktijken. Tot slot wordt het begrip ‘techno-intuïtie’ voorgesteld bij het ontwikkelen van instrumenten en de interactie met de omgeving, een combinatie van technologisch en intuïtief weten. 

Gerelateerde activiteiten